De Kantwerkster van Vermeer in het Louvre
De reiziger die over de hele wereld op zoek gaat naar de schilderijen van Vermeer en die halt houdt voor De Kantwerkster (1669-70) in het Louvre, zal zeker en vast versteld staan van het gebruik door de Delftse schilder van de camera obscura. Hij stelde de camera obscura moedwillig niet scherp, zodat de gekleurde draden waarmee de kantwerkster klost in draden van licht en verf veranderen. Maar eigenlijk bestaan de draden uit vlekjes van deze twee elementen, net zoals het boek in het schilderij enkel bestaat uit een lichte en een donkere oppervlakte. Hetzelfde geldt voor de schitterende lichtpuntjes in het wit van de gele kraag van de jurk die de jonge vrouw draagt. Alle materie wordt bij Vermeer gemaakt uit het spelen met licht.

Aangezien Vermeer hier nog eens met schijnbaar gemak elke hint van het pittoreske vermijdt, kunnen we ons afvragen welk mysterie gesuggereerd wordt door de kantwerksters introvertheid. We zijn ook nieuwsgierig naar de aard van het onzichtbare kantwerk waarvoor ze de bolletjes en de inhoud van het boek gebruikt, vreemde aanwijzingen die erg ongewoon waren in die tijd bij het voorstellen van dit onderwerp.
Het ontbreken van duidelijke aanwijzingen in het schilderij kan de reden zijn waarom het zo een grote rol heeft gespeeld in het leven van Salvador Dalí.Dalí was al van jongs af aan gefascineerd door Vermeer en De Kantwerkster werd al snel een soort van wederkerende fetisj in zijn leven en werk, zoals duidelijk is in Muchacha en Figueras uit 1926. Later legde Dalí uit waarom het schilderij zo een verpletterende indruk op hem had gemaakt, namelijk omdat “alles precies samenvloeide in een naald, in een soort van broche die er niet geschilderd staat maar wel gesuggereerd wordt”. Dalí legt uit dat de brute kracht van die suggestie, die niet te evenaren is in het domein van de esthetiek, enkel te vergelijken valt met een negatief geladen proton.
In de theaterzaal van de Studentenresidentie vond men in de jaren 20 een andere reproductie van de Kantwerkster, die ervoor zorgde dat Lorca en Buñuel net zoals Dalí verstomd waren door haar schoonheid en mysterie. De naalden, in de vorm van fonografische naalden in dit geval, keren terug in La miel es más dulce que la sangre (1927), het schilderij dat het hoogtepunt vormt van de invloed van Vermeer over Dalí, en we mogen niet vergeten dat de onzichtbare manier waarop hij het doek van Vermeer perforeerde een grote rol speelt in de fascinatie van beide mannen voor de figuur uit San Sebastian en de daaruit afgeleide esthetische visie.
In zijn film El Perro Andaluz (1929), mede geregiseerd door Buñuel, kunnen we een reproductie van het schilderij zien in het boek dat de hoofdactrice leest, een scène die ook herhaald wordt in het begin van de film Historia prodigiosa de la encajera y el rinoceronte (1954).
Bezoek voor meer informatie: http://www.louvre.fr/llv/commun/home.jsp
Paul Oilzum
Huur appartementen in Parijs en laat jezelf prikkelen door Vermeers naald.
Vertaald door: chica
Contact met mij op







